Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /sites/vh02/teps.nl/www/blog/wp-settings.php on line 520 Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /sites/vh02/teps.nl/www/blog/wp-settings.php on line 535 Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /sites/vh02/teps.nl/www/blog/wp-settings.php on line 542 Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /sites/vh02/teps.nl/www/blog/wp-settings.php on line 578 Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /sites/vh02/teps.nl/www/blog/wp-settings.php on line 18 De website van Peter ‘Teps’ de Koning

Mijn naam is Peter de Koning.
Dit is mijn blog.
Hier schrijf ik.
Over geschiedenis, muziek en wat me verder binnen valt.

Vrijdag de dertiende

Wanneer je foto’s ziet van de Oostenrijkse componist Arnold Schönberg dan ziet hij er altijd nogal tobberig uit. Volgens Arnold kwam dat, omdat hij was geboren op de dertiende september 1874. Elk levensjaar wat een veelvoud was van 13, zoals 26, 39 en 52 vormde een beproeving voor Schönberg. De componist keek zo op tegen zijn 65e verjaardag, want 5 x 13, dat een astroloog hem een briefje stuurde met de boodschap: “Het wordt een vervelend jaar, maar niet dodelijk”, maar op zijn 76e ontving de componist wel een waarschuwing van dezelfde astroloog. Lekkere vent, maar Schönberg had het kunnen weten, want 7 + 6 dat is 13. De componist schrok zich rot. Hij had zijn leven lang alleen rekening gehouden met vermenigvuldigingen. Nooit met optelsommen van 13. De oude man zonk weg in een depressie die hem ook lichamelijk uitputte. Op vrijdag 13 juli 1951 bleef hij veiligheidshalve de hele dag in bed. Zijn vrouw Gertrud hield hem in de gaten. Om kwart voor twaalf ’s avonds verzuchtte ze tegen hem: “Over een kwartier is het ergste voorbij” waarop Alfred rochelde. Twee minuten later, om dertien voor, blies de componist zijn laatste adem uit.

Column: Milan-thuis, altijd lastig

Deze column las ik voor tijdens een debatavond over ‘het thuisgevoel’ in Arminius’:

Milan-thuis, altijd lastig

Mij is gevraagd een column te schrijven over het thuisgevoel. Aangezien we hier vanavond bij elkaar zijn om daar een hele avond over te praten, geloof ik niet dat het me lukt om dat ‘thuisgevoel’ nu, in een stukkie van amper 500 woorden, samen te vatten. Daarom wilde ik juist het tegenovergestelde gevoel onderzoeken: ontheemd zijn.

Een voorbeeld: Luther Blissett was een voetballer voor de Engelse club Watford. Watford is een voorstad van Londen en is beroemd vanwege twee dingen: 1) het is de geboorteplaats van Geri, de roodharige zangeres van The Spice Girls en 2) The Watford Gap, één van de drukste verkeersknooppunten van Engeland.

Met alle respect voor Watford, maar deze stad is niet het centrum van de wereld. Evengoed speelde Blissett een puik seizoen in Watford. Hij scoorde zelfs zo veel, dat het grote AC Milan hem kocht. Maar in het mondaine Milaan, in het machtige San Siro Stadion, rolden alle ballen van zijn voet. Niets lukte. Een Engelse journalist vroeg hem hoe dat nou toch kon. Zuchtend antwoordde Blissett: “Het maakt niet uit hoeveel geld je hier hebt, maar je kan hier nergens Rice Krispies kopen”.

Zonder zijn vertrouwde muesli-ontbijt voelde Blissett zich verloren in Italië. In een zoektocht om de heimwee te verdrijven zocht hij in een vreemde omgeving naar een vertrouwd element, want wat bekend is, dat begeer je. Dat geeft rust. Helaas werkt het leven niet altijd mee: mensen, opvattingen, situaties, ze veranderen constant. In plaats van zich te storten op een prima Italiaans ontbijt met zoete broodjes en sterke koffie, dacht Blissett alleen maar die dampende kom met Rice Krispies.

Wat is dat toch dat mensen zo graag aan hun verleden blijven plakken? Het meest gedraaide liedje van de twintigste eeuw heeft als titel ‘Yesterday’. Het lijkt een diep ingebakken wens van de mens om zijn verleden rooskleuriger voor te stellen. Een verleden “where all your troubles seemed so far away”, maar eigenlijk bedriegen we onszelf. Waarom doen we dat? Het lijkt mij een vorm van zelfbescherming. Als je te veel van je miskleunen onthoudt, durf je uiteindelijk niets meer.

En dat deed Luther Blissett dus. Hij vergat zijn Milanese miskleun en keerde al na één seizoen terug naar Engeland. Vergeven en vergeten? Niet echt. De fans van AC Milan verkozen hem tot ‘slechtste speler van de twintigste eeuw’. Au. Maar wees niet bang, verder gaat het goed met Luther Blissett. Hij werkt inmiddels als trainer van de amateurvereniging Hemel Hempstead Town, op nog geen vijf kilometer van zijn geliefde Watford. En ik heb het voor de zekerheid nog even opgezocht: de lokale supermarkt heeft Rice Krispies in vijf verschillende smaken op de schappen staan.

Vrijdag 23 september: Variété de Luxe #5

flyer_varietedeluxe_13mei2011

Over de artiesten die op de vijfde editie optreden: Polar Twins is de collaboratie van Mark Ritsema en Dirk Polak, twee heren met zeemansblues in de aderen en doorgroefde stemmen in de keel. Beide heren verdienden hun sporen in gerenommeerde groepen als Mecano, Raskolnikov en Spasmodique.

Tegenover de ervaring van Polar Twins staat het talent van zangeres Elle, die zich ergens tussen de glam van Bowie en de oh-là-là van Marie-Antoinette heeft genesteld. Plus knisperende beats uit de laptop. Niet voor één gat te vangen deze dame.

De korte film van de avond heeft de meer dan Rotterdamse titel ‘Bakkie doen’ en komt van Turbo Turbo, naar een script van Henk van Straten.

Verder zal Dirk Polak voorlezen uit zijn debuut ‘Mecano: een muzikaal egodocument’ (dit jaar verschenen bij Lebowski) waarin hij herinneringen ophaalt aan zijn jeugd en zijn bewogen leven in de kunst- en muziekwereld. Plus uiteraard de gebruikelijke champagneontvangst!

Column : Nieuwe vrienden

NL30 zocht een nieuwe columnist. Ik stuurde iets in, maar daar was ik te laat mee. Ik zag hun oproep ook niet eerder dan eergisteren. Omdat mijn inzending toch graag gelezen wil worden, publiceer ik ‘m hieronder. Kan je meteen bepalen of NL30 veel aan me gaat missen.

Vrienden maken

‘Wat drink jij nou?’
‘Spa-rood’
‘Maar dat is toch gewoon water? Betaal je daarvoor?’
De vraag komt vanuit de onderbuik van een reusachtige kerel. Hij zit aan het tafeltje naast me. Terwijl hij wacht op een antwoord, kantelt hij de inhoud van zijn glas pils met één slok achterover. Deze man lijkt geboren en getogen in dit café. Zijn lichaam is het bewijs: driehonderd schone pondjes aan de haak.

Ik kwam hier niet om te drinken. Ik wilde naar een plek waar ik naar het voetbal kon kijken. De bekerfinale, tussen Ajax en Twente. Ik probeerde een paar vrienden te porren om met me mee te gaan naar dit bedompte hol (‘Ze zenden het voetbal daar haarscherp uit! Op een heel groot scherm!’), maar ze gingen allemaal liever barbecueën in het park. Daar zit ik dan. Alleen in een vreemd café, voor lul met mijn glaasje water. Aangestaard door de vaste alcoholisten, die als vermoeide vliegen aan de bar zitten geplakt. Ik lust geen bier en van caféwijn krijg ik hoofdpijn, maar leg dat maar eens uit.
‘Ik betaal voor de bubbels, niet voor het water’ antwoord ik maar. De man lacht hikkend. Hij steekt een peuk op en een hand uit. Hij heet Nico.

‘Voor wie ben je?’ vraagt Nico terwijl hij naar het scherm knikt. Hij knijpt zijn ogen tot gemene spleetjes. Ajax staat met 2-1 voor.
Goede vraag. ‘Toch maar Twente’.
‘Ik ook’ antwoordt Nico, ‘al hou ik meer van vissen’.
Daarna staren we samen naar het scherm. Twente scoort de gelijkmaker. Nico roept ‘Heeuuhjaah!’ en slaat enthousiast op het gehaakte kleedje dat over zijn tafeltje ligt.
‘Ik ben een echte Utregse jongen, maar ik ben nu voor Twente’ deelt hij ongevraagd mee. ‘Weet je, die van Ajax hebben zo’n grote bek. Daar hou ik niet van. Laat Twente maar eens een keer winnen’. Daarna schuift hij met twee grote handen zijn zware buik onder het tafeltje. ‘Ik zal je uitleggen waarom ik het niet op Ajax heb. Kijk, ik zit op de taxi. Eén keer moest ik gasten oppikken bij het station. Ajax-supporters. Of ik ze naar Galgenwaard wilde brengen. Het was Utrecht tegen Ajax die middag. Nou, onderweg begon het gedonder al. Ze riepen de hele tijd ‘Utrecht dood! Utrecht dood!’ en ondertussen met hun vuisten op het dak van mijn taxi rammen, maar ik rij door. Als we bij het stadion zijn, roept één van die gasten: ‘Wij betalen niet!’. Ik doe alsof ik dat niet hoor en rij stug verder. Eenmaal bij het stadion stop ik niet bij het gastenvak met Ajax-fans, maar iets eerder. Bij het supportershome van FC Utrecht. Ik draai me om, kijk de grootste van het stel aan en zeg: ‘Stapt u hier maar uit, heren. Dan vraag ik aan één van die jongens in het supportershome of ze jullie rit willen betalen’. Nico grijnst. ‘Nou, toen werd er toch nog wat bij elkaar gelapt en heb ik ze bij het gastenvak afgezet’.

Twente lijkt aangespoord door Nico’s dappere verhaal. En ja hoor, daar gaat de winnende er ook in, voor de Tukkers. Nico en ik slaan elkaar lachend op de schouders. Daar moet op gedronken worden. Ik steggel naar de toog en plaats opgelucht een bestelling. Voor mijzelf en mijn nieuwe vriend: twee Spa-rood, alstublieft.

Vrijdag 13 mei : Variété de Luxe # 4

flyer_varietedeluxe_13mei2011klOp de rol:

Kasper C. Jansen [Utrechtse veelschrijver]
Felix van Cleeff
[Haagse singer/songwriter incl. band]
‘Manifest voor een vrije val’, korte film van André Schreuders
Mark Lotterman [doorleefde zing/zangman uit Mijnsherenland]

De flyer was van de hand van Marieke van Santen.

Zoals elke Variété de Luxe is het weer in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam, verdieping 1. Zoals u van ons gewend bent, is de entree gratis. Net als de gebruikelijke champagneontvangst. Tot dan!

Checkpoint Geschiedenis over Rotterdam

Als je als historicus iets op 5 mei gaat posten, dan moet het wel, ja, historisch zijn.

Niet dat ik zelf met dit bericht geschiedenis ga schrijven, maar ik wil u graag wijzen op Checkpoint Geschiedenis. Dat is een nieuwe avond waar de geschiedenis in geluid, beeld, woord en quiz wordt nagevlooid.

Het wordt geen hoorcollege. Eerder een toegankelijke manier om geschiedenisverhalen te vertellen. De editie van 12 mei is wederom in Arminius (tegenover Booijmans) en staat in het teken van Rotterdam: Rotterdam voor, tijdens en na het bombardement van mei 1940.

Ik sluit de avond af met de presentatie van een muziekquiz. Bekijk het gehele programma hier.

Mijn favoriete anekdote over Shaun Ryder

Engelsen zijn dol op mensen zonder talent, die daar ook nog eens bescheiden over zijn. Ik weet niet meer welke schrijver deze uitspraak deed, maar ik zie meteen levensgroot het vadsige beeld van Shaun Ryder voor mijn geestesoog. Een man die geen noot kon lezen, amper kon zingen maar met zijn groep The Happy Mondays wel een jaar of twee de favoriete popster van veel Britten was. Shaun was een gevatte gast die graag stoeide met drank, drugs en matige relaties. Soms schreef hij daar ook een rake tekst over (‘Son, I’m only thirty, I dated your mother cause she was dirty’), maar meestal was hij in het nieuws vanwege idiote dronkenmanskunsten.

In mijn favoriete anekdote gaat Shaun vlak voor hij op moet nog even een biertje halen in de kroeg om de hoek. Na een paar pilzen, ziet hij plots dat het al laat is. Showtime, en met zijn dikke lijf haast hij terug naar de zaal.
“Laat me erin!”, schreeuwt hij tegen de portier, die de voordeur bewaakt.
“Je bent te laat, vriend. Dit concert is al uitverkocht” antwoordt die.
“Maar ik moet optreden! Ik speel in de band!”
De portier taxeert de buikige vent voor hem, twijfelt even, maar loodst hem, via de backstage, toch naar de rand van het podium.
Shaun loopt de bühne op, zwaait naar het publiek, maar iets klopt er niet. Wat doet die kerel met die rode krullenkop daar? Hij kent hem wel ergens van…
“Wat doe jij hier?” roept Mick Hucknall, de zanger van Simply Red, op zijn beurt.
“Uuuh”. Shaun krabt zich achter zijn oor, staart nog een keer naar het publiek. Ziet dat het niet het zijne is en schuifelt het podium af.
Shaun zong die avond nog wel. Op het goede podium, want The Happy Mondays speelden in een andere zaal, iets verderop in dezelfde straat.

Over Sparta

Sparta stelde gisteren een nieuwe trainer aan. Trainers en Sparta, dat is altijd lachen. Zie ook dit meesterlijke stripje. Maar hee, optimistisch blijven we, in voor- en tegenspoed. Daarom de hoogste tijd voor een Sparta-verhaal.

Rotterdamse Jongens

Er zijn genoeg redenen om Sparta de tofste voetbalclub van Nederland te vinden. Die redenen hebben zelden iets te doen met het vertoonde spel op het veld, want: het mooiste shirt (kaarsrechte banen in rood en wit), een prachtig stadion (het enige in de wereld waar gebeeldhouwde aapjes de wacht houden bij de hoofdingang) en met afstand het mooiste clublied ter wereld, de Sparta Marsch.

Naast de Sparta Marsch heffen de fans bij thuiswedstrijden soms een tweede strijdlied aan. Ze doen dat op de wijs van ‘Ik zag twee beren broodje smeren’ en de tekst gaat zo:

Rotterdamse jongens
Eén pot schorem
Laat de moed niet zakken
We zijn de hele week
Al lazarus geweest
Heel Rotterdam was één groot feest
Hi hi hi ha ha ha
Ponypack
Snuiven maar

De laatste twee regels verstond ik heel lang niet. ‘Wat zingen ze nou?’ riep ik naar de verstokte seizoenkaarthouder naast me. ‘Weet ik veel’, antwoordde die. ‘Ponypack’ hoorde ik later dus van een ingewijde, ‘en dat is een klein envelopje waar cocaïne in wordt bewaard’ vertelde hij erbij.

A ha. Daarmee dooft de tekst een beetje uit, want al dat gesnuif is niet echt des voetbals. Toch is het een aanmoediging van formaat, met dank aan die eerste drie regels. Nog meer dan de Marsch verwoorden ze het Sparta-gevoel: Rotterdamse jongens (de spelers op het veld), die matig voetballen (één pot schorem), maar dan die smeekbede, nederig maar toch uit een volle borst: laat de moed niet zakken! Ook al sta je twaalfde in de bierkelder van het betaald voetbal, met fans die je zo blijven aansporen, blijf je altijd de mooiste club van Nederland.

Buk Buk

De column die ik zaterdag voorlas tijdens Pop-Up (een debat over popmuziek en architectuur) werd goed ontvangen. Een aantal aanwezigen vroeg of ze de column nog een keer online konden lezen. Bij deze: nu wel.

Buk Buk

Wie van u is er wel eens in de Buk Buk in Heiloo geweest? De Buk Buk is een aftands jongerencentrum in Heiloo, verder een welvarend plaatsje op het platteland van Noord-Holland. Het jongerencentrum dankt zijn wonderlijke naam aan twee zware balken die de zolder van het gebouw stutten. De balken hangen zo verraderlijk laag, dat je één-twee keer moet bukken om bij het podium te komen. De waarschuwing bereikte niet iedereen. Zo gebeurde het regelmatig, dat een Buk Buk-bezoeker met een pak ijsklonten zijn of haar voorhoofd zat te stelpen, omdat ze hun postzegel tegen één van de twee beroemde Buk Buk-balken hadden geparkeerd.

In elk dorp of kleine stad in Nederland vind je een Buk Buk. En elke Buk Buk heeft zijn eigen verhaal. Alleen de namen van deze kleine poppodia laten zich al lezen als poëzie:

De Korenbeurs en De Bakkerij
De Pul, De Peppel en De Onderbroek
Fenix, Atlantis, De Bunker
Willemeen, W2, Nederland 3
De Gooth, Gigant en Het Beest

Overal zie je hetzelfde beeld: vrijwilligers achter de bar, allemaal tussen de 16 en 20 jaar, op één uitzondering na, een kerel van in de veertig met vervilte dreadlocks, die luid roepend (tegen niemand in het bijzonder) beugelflessen pils ophaalt. Wanneer je in een band speelt, leer je snel dat het juist deze kerel is, die je te vriend moet houden. Hij vult het bier in de kleedkamerkoelkast bij en als je pech hebt kookt hij ook macaroni voor je.

Als muzikant heb ik menig jongerencentrum mogen ervaren. Dat was een genot voor alle zintuigen: ik voel de uitgesleten oma-fauteuils in de backstage, bezie de koelkast ondergeplakt met stickers van altijd dezelfde bands (hallo The Apers!), en ruik, als hoogtepunt, het toilet. Een diepdoordringende odeur, die visioenen oplevert van roodverbrande Engelse hooligans, die drie nachten achter elkaar in zurige achterafsteegjes verbeten gevechten leveren in de strijd om de felbegeerde titel als beste comakotser.

Gelukkig schudt iemand me ruw wakker. Het is de bedreadlockte vrijwilliger. Met een glans op zijn ogen kijkt hij je aan.
“Weet jij… wat er op DIT toilet is gebeurd?”
Hij toont een verlekkerde trotse grijns: “Hier… heeft Herman Brood in 1982 nog een groupie geneukt! Ja! Op dit toilet!”

Nergens in ons aangeharkte land vind je nog dergelijk verval, maar in centra als de Buk Buk mogen dingen langzaam verrotten, uit elkaar vallen en doodgaan, en het levert ook nog eens mooie verhalen op. Het ligt vast aan mij, maar ik mis die verhalen een beetje in de nieuwbouwhokken, die elke zichzelf respecterende gemeente de laatste jaren uit de klei stampt.

Zo niet in Heiloo. Daarom adviseer ik u allen om op bedevaart te gaan naar de Buk Buk. Om daar iets op te snuiven van het verval en de verhalen die popmuziek zo tof maken. Volgens mij vindt u juist daar de juiste inspiratie om dat gebouw te ontwerpen met pure rock-n’-roll in haar donder.

Voorlezen op Pop-Up

Lichtelijk last minute deze annonce, maar morgen lees ik een column voor tijdens Pop-Up, een debat georganiseerd door het Nederlands Architectuur Instituut en AIR (Architectuur in Rotterdam). Showtime is 14 uur en de plaats van handeling is het Schieblock (hoekie Delftsestraat / Schiekade). Het debat gaat over de huisvesting van poppodia. Meer informatie vind je door klikkerdeklik hiero.