Ik ben weer terug uit Ye Olde England. Ik was nog van plan om daar iets te schrijven, zodat jullie het hardstikke heet van de naald te lezen kregen. Het kwam er niet van. Ik had geen zin om kostbare tijd achter de computer door te brengen als je ook naar het Museum Of London of naar de winkel van Soul Jazz Records kan hobbelen.
In Londen bezocht ik Taco en Hester, die inmiddels al zijn uitgegroeid tot twee volwaardige E2 residentials. Hun woonwijk Shoreditch is sinds kort een hippe buurt vol met galeries en kleine winkels. Samen met het naastgelegen Hoxton heeft het al de bijnaam SHoHo meegekregen. Dit deel van Londen is ook het kloppend hart van Engelands meest recente muzikale gril, de New Rave.
De artiesten die onder de New Rave worden geschaard lenen muzikaal vooral van acidhouse en punk. In uiterlijk zijn er veel referenties naar de vroege jaren ‘90: housebroeken, truien met capuchons in felle kleuren (roze, geel en gifgroen zijn favoriet), grote gouden kettingen (a la Run DMC), grote plastic zonnebrillen en lompe witte sportschoenen. De Klaxons zijn al bovengronds en achter hen staan al veel bands te dringen. Een aantal van die bands speelden even verderop in de kelder van de 333.
Ik had al meteen door wat me zo bevalt aan Engeland. Zowel bands als publiek laten bij het uitgaan nog zien wat ze in huis hebben. Vanaf minuut één (21 uur) werd er gedanst. Nogal een verschil met Nederland waar veel concertbezoekers er vaak bij staan alsof ze een kerkdienst bezoeken.
Het geluid was hard en schel, lang niet alle songs even memorabel, maar wat een shows en wat een theater! Alle bands speelden niet langer dan een half uur en dat kwam de vermakelijkheid zeker ten goede. Mijn favoriet was Turbowölf, een band uit Bristol. Ze klonken zoals ze er uit zagen: een hardrockgitarist, een glambassist, een newrave-meisje op de Korg, een doorsnee drummer en een hyperactieve zanger die er uit zag als Marcel Proust. Op hun MySpace klinken ze veel meer hardrock. Live was het veel dansbaarder.
Headliners waren Trash Fashion. Ze trokken meteen een enorme muur van geluid op. Een verhitte bezoekster klom het podium op om “bluuaarghh” in de microfoon te roepen. Dat deed ze een paar keer. Er ontspon zich een prachtig kat-en-muis-spel tussen bassist K-Bomb en deze dronken kraakchick. Eerstgenoemde was not amused en na een zoveelste invasie trapte hij haar van het podium af. De band knalde gewoon door en ook de vrouwelijke fan liet zich niet uit het veld (en van de stage) slaan. Weer op het podium toonde ze band en publiek haar middelvinger en blote witte kont. Na afloop besloot de bassist zijn rekeningen even te vereffenen en dook hij de kluwen van bezoekers in. Een maaiende vuist en het plastic zonnebrilletje van de dronken dame vloog in twee stukken door de lucht. Er volgde wat onduidelijk geduw en getrek totdat iedereen besloot dat het veel te gezellig was om te knokken. Het droge commentaar van T4-zanger Jet Storm: “Hmmm, that was interesting… To say the least”.
Ook al zijn er mensen die spreken van een hype en het hele new rave-ding nu al afzeiken, bracht deze avond iets wat ik lange tijd in popmuziek niet heb gezien: het was niet alleen wild maar vooral onvoorspelbaar. Ongeveer zoals rock & roll ooit was begonnen.
De middag voor het optreden zaten we met zijn drieën naar YouTube-filmpjes te loeren en we kwamen er achter dat Nederland vijftien jaar geleden eigenlijk al hardstikke New Rave was. Rembo & Rembo, of beter gezegd De Gluurbuur en Tampie Magdat, waren hun tijd ver vooruit. Kijk hier maar eens naar. Niet te gleuven!
