Over Sparta

Sparta stelde gisteren een nieuwe trainer aan. Trainers en Sparta, dat is altijd lachen. Zie ook dit meesterlijke stripje. Maar hee, optimistisch blijven we, in voor- en tegenspoed. Daarom de hoogste tijd voor een Sparta-verhaal.

Rotterdamse Jongens

Er zijn genoeg redenen om Sparta de tofste voetbalclub van Nederland te vinden. Die redenen hebben zelden iets te doen met het vertoonde spel op het veld, want: het mooiste shirt (kaarsrechte banen in rood en wit), een prachtig stadion (het enige in de wereld waar gebeeldhouwde aapjes de wacht houden bij de hoofdingang) en met afstand het mooiste clublied ter wereld, de Sparta Marsch.

Naast de Sparta Marsch heffen de fans bij thuiswedstrijden soms een tweede strijdlied aan. Ze doen dat op de wijs van ‘Ik zag twee beren broodje smeren’ en de tekst gaat zo:

Rotterdamse jongens
Eén pot schorem
Laat de moed niet zakken
We zijn de hele week
Al lazarus geweest
Heel Rotterdam was één groot feest
Hi hi hi ha ha ha
Ponypack
Snuiven maar

De laatste twee regels verstond ik heel lang niet. ‘Wat zingen ze nou?’ riep ik naar de verstokte seizoenkaarthouder naast me. ‘Weet ik veel’, antwoordde die. ‘Ponypack’ hoorde ik later dus van een ingewijde, ‘en dat is een klein envelopje waar cocaïne in wordt bewaard’ vertelde hij erbij.

A ha. Daarmee dooft de tekst een beetje uit, want al dat gesnuif is niet echt des voetbals. Toch is het een aanmoediging van formaat, met dank aan die eerste drie regels. Nog meer dan de Marsch verwoorden ze het Sparta-gevoel: Rotterdamse jongens (de spelers op het veld), die matig voetballen (één pot schorem), maar dan die smeekbede, nederig maar toch uit een volle borst: laat de moed niet zakken! Ook al sta je twaalfde in de bierkelder van het betaald voetbal, met fans die je zo blijven aansporen, blijf je altijd de mooiste club van Nederland.