Mijn favoriete anekdote over Shaun Ryder

Engelsen zijn dol op mensen zonder talent, die daar ook nog eens bescheiden over zijn. Ik weet niet meer welke schrijver deze uitspraak deed, maar ik zie meteen levensgroot het vadsige beeld van Shaun Ryder voor mijn geestesoog. Een man die geen noot kon lezen, amper kon zingen maar met zijn groep The Happy Mondays wel een jaar of twee de favoriete popster van veel Britten was. Shaun was een gevatte gast die graag stoeide met drank, drugs en matige relaties. Soms schreef hij daar ook een rake tekst over (‘Son, I’m only thirty, I dated your mother cause she was dirty’), maar meestal was hij in het nieuws vanwege idiote dronkenmanskunsten.

In mijn favoriete anekdote gaat Shaun vlak voor hij op moet nog even een biertje halen in de kroeg om de hoek. Na een paar pilzen, ziet hij plots dat het al laat is. Showtime, en met zijn dikke lijf haast hij terug naar de zaal.
“Laat me erin!”, schreeuwt hij tegen de portier, die de voordeur bewaakt.
“Je bent te laat, vriend. Dit concert is al uitverkocht” antwoordt die.
“Maar ik moet optreden! Ik speel in de band!”
De portier taxeert de buikige vent voor hem, twijfelt even, maar loodst hem, via de backstage, toch naar de rand van het podium.
Shaun loopt de bühne op, zwaait naar het publiek, maar iets klopt er niet. Wat doet die kerel met die rode krullenkop daar? Hij kent hem wel ergens van…
“Wat doe jij hier?” roept Mick Hucknall, de zanger van Simply Red, op zijn beurt.
“Uuuh”. Shaun krabt zich achter zijn oor, staart nog een keer naar het publiek. Ziet dat het niet het zijne is en schuifelt het podium af.
Shaun zong die avond nog wel. Op het goede podium, want The Happy Mondays speelden in een andere zaal, iets verderop in dezelfde straat.