Column : Nieuwe vrienden

NL30 zocht een nieuwe columnist. Ik stuurde iets in, maar daar was ik te laat mee. Ik zag hun oproep ook niet eerder dan eergisteren. Omdat mijn inzending toch graag gelezen wil worden, publiceer ik ‘m hieronder. Kan je meteen bepalen of NL30 veel aan me gaat missen.

Vrienden maken

‘Wat drink jij nou?’
‘Spa-rood’
‘Maar dat is toch gewoon water? Betaal je daarvoor?’
De vraag komt vanuit de onderbuik van een reusachtige kerel. Hij zit aan het tafeltje naast me. Terwijl hij wacht op een antwoord, kantelt hij de inhoud van zijn glas pils met één slok achterover. Deze man lijkt geboren en getogen in dit café. Zijn lichaam is het bewijs: driehonderd schone pondjes aan de haak.

Ik kwam hier niet om te drinken. Ik wilde naar een plek waar ik naar het voetbal kon kijken. De bekerfinale, tussen Ajax en Twente. Ik probeerde een paar vrienden te porren om met me mee te gaan naar dit bedompte hol (‘Ze zenden het voetbal daar haarscherp uit! Op een heel groot scherm!’), maar ze gingen allemaal liever barbecueën in het park. Daar zit ik dan. Alleen in een vreemd café, voor lul met mijn glaasje water. Aangestaard door de vaste alcoholisten, die als vermoeide vliegen aan de bar zitten geplakt. Ik lust geen bier en van caféwijn krijg ik hoofdpijn, maar leg dat maar eens uit.
‘Ik betaal voor de bubbels, niet voor het water’ antwoord ik maar. De man lacht hikkend. Hij steekt een peuk op en een hand uit. Hij heet Nico.

‘Voor wie ben je?’ vraagt Nico terwijl hij naar het scherm knikt. Hij knijpt zijn ogen tot gemene spleetjes. Ajax staat met 2-1 voor.
Goede vraag. ‘Toch maar Twente’.
‘Ik ook’ antwoordt Nico, ‘al hou ik meer van vissen’.
Daarna staren we samen naar het scherm. Twente scoort de gelijkmaker. Nico roept ‘Heeuuhjaah!’ en slaat enthousiast op het gehaakte kleedje dat over zijn tafeltje ligt.
‘Ik ben een echte Utregse jongen, maar ik ben nu voor Twente’ deelt hij ongevraagd mee. ‘Weet je, die van Ajax hebben zo’n grote bek. Daar hou ik niet van. Laat Twente maar eens een keer winnen’. Daarna schuift hij met twee grote handen zijn zware buik onder het tafeltje. ‘Ik zal je uitleggen waarom ik het niet op Ajax heb. Kijk, ik zit op de taxi. Eén keer moest ik gasten oppikken bij het station. Ajax-supporters. Of ik ze naar Galgenwaard wilde brengen. Het was Utrecht tegen Ajax die middag. Nou, onderweg begon het gedonder al. Ze riepen de hele tijd ‘Utrecht dood! Utrecht dood!’ en ondertussen met hun vuisten op het dak van mijn taxi rammen, maar ik rij door. Als we bij het stadion zijn, roept één van die gasten: ‘Wij betalen niet!’. Ik doe alsof ik dat niet hoor en rij stug verder. Eenmaal bij het stadion stop ik niet bij het gastenvak met Ajax-fans, maar iets eerder. Bij het supportershome van FC Utrecht. Ik draai me om, kijk de grootste van het stel aan en zeg: ‘Stapt u hier maar uit, heren. Dan vraag ik aan één van die jongens in het supportershome of ze jullie rit willen betalen’. Nico grijnst. ‘Nou, toen werd er toch nog wat bij elkaar gelapt en heb ik ze bij het gastenvak afgezet’.

Twente lijkt aangespoord door Nico’s dappere verhaal. En ja hoor, daar gaat de winnende er ook in, voor de Tukkers. Nico en ik slaan elkaar lachend op de schouders. Daar moet op gedronken worden. Ik steggel naar de toog en plaats opgelucht een bestelling. Voor mijzelf en mijn nieuwe vriend: twee Spa-rood, alstublieft.