Ik schrijf recensies voor de Centrale Discotheek Rotterdam. Via Google lukte het om de door mij geschreven recensies er uit te vissen.
Hieronder een paar van mijn persoonlijke favorieten (qua muziek en de recensie die ik erover schreef) van het afgelopen jaar:
Natacha Atlas - Ana Hina
Ana Hina (Hier Ben Ik) is Natacha Atlas’ eerbetoon aan de muziek waar ze mee opgroeide. In haar tienerjaren stortte de zangeres zich op de muziekcollectie van haar Egyptische vader. Waar haar Engelse klasgenootjes van Duran Duran hielden, daar luisterde Atlas liever naar Arabische muziek, zoals de Egyptische charmezanger Abdel Halim Hafez en de ‘Libanese nachtegaal’ Fairuz. Zoals Natacha Atlas dat nu doet, lieten deze artiesten zich in de jaren vijftig inspireren door Arabische én westerse muziek. Atlas bewijst al twintig jaar dat ze die tegengestelde muzikale tradities kan samenvoegen tot een bijzonder geheel. Voor dit album werkte Atlas samen met de klassiek geschoolde componist Harvey Brough. Hij voorzag Atlas’ fraaie stem van uitgebalanceerde arrangementen met zwierige violen, intieme pianopartijen en de karakteristieke ud (Arabische luit). In tegenstelling tot haar eerdere albums, waarin Atlas ook putte uit techno en triphop, is dit album vooral akoestisch. Ana Hina klinkt in balans en is misschien wel het beste album van Natacha Atlas tot nu toe. (PdK)
Davila 666 - Davila 666
In de negentiende eeuw meende de Italiaan Cesare Lombroso criminelen te kunnen herkennen aan uiterlijke kenmerken. Die oude Lombroso had zijn hart op kunnen halen aan het rariteitenkabinet van de garagerock. Al sinds het midden van de jaren zestig levert het genre elk jaar weer getrouw een aantal jonge delinquente freaks op, die met hun hotsende en rommelige gitaarrock de popmuziek weer van de broodnodige energie, ballen en aangrenzende smeerkezerij voorzien. De broertjes Davila (ongeveer net zo veel familie van elkaar als The Ramones dat waren) komen van het vakantie-eiland Puerto Rico maar daar valt, op de Spaanse teksten en een primitief klinkende studio na, niets van terug te horen. De Davila’s grossieren in gruizige sixtiespopliedjes met overstuurde gitaren, beukdrums, knerpende tamboerijntjes en whoo-ooh-ooh-koortjes. Dat In The Red Records dit tuig van de richel heeft geplukt en een contract heeft aangeboden, geldt voor iedere garagerocker natuurlijk als een extra aanbeveling. (PdK)
De Staat - Wait For Evolution
Na Bettie Serveert en Johan is er met De Staat weer een Engelstalige gitaargroep die kiest voor een Nederlandse bandnaam. Misschien om toch wat exotisme op te roepen in het buitenland? Want als we de kritieken op dit album mogen geloven hebben we hier te maken met de eerste internationale klapper van 2009. De Staat is het speeltje van de Nijmeegse zanger/gitarist Torre Florim. Hij schreef, produceerde en speelde alle instrumenten zelf in op dit debuutalbum. Daarna verzamelde hij een vaste band om zich heen waarmee hij veel optreedt. Door Florims harkerige gitaarspel en staccato zang heeft De Staat een hoekig geluid. De ene keer neigen ze naar stonerrock en op het volgende moment naar de Belgenrock van een groep als Millionaire. Nadeel is dat Florim soms tracht zijn stem geforceerd cool te laten klinken. Nergens voor nodig, want Torre bewijst met Wait For Evolution dat hij prima in staat is minstens een handvol aan fijne rocksongs te schrijven. (PdK)
|
